statable Statistiek voor studie en onderzoek

Bayes-factor (BF₁₀) als aanvulling

Kort

De Bayes-factor BF₁₀ vergelijkt hoe goed twee aannames de gegevens voorspellen: H₁ (er is een verschil, een verandering, een samenhang) tegenover H₀ (die is er niet). BF₁₀ = 8 betekent: de gegevens zijn ongeveer 8 keer aannemelijker onder H₁ dan onder H₀. Anders dan de p-waarde kan hij ook bewijs voor H₀ uitdrukken.

Waar het staat

Standaard nergens. Onder “Instellingen” → “Bayes-factoren tonen” verschijnt bij de t-toets (twee groepen), bij de voor-na-meting en bij de correlatie van Pearson onder de uitkomst een ingeklapte regel “Bayes-factor”. De APA-regel krijgt dan “BF₁₀ = …”. Voor Spearman en Kendall bestaat geen Bayes-factor. De uitkomst van Welch en alle andere getallen blijven ongewijzigd.

Zo lees je het

De Bayes-factor hangt af van de prior, dat wil zeggen van welke effectgroottes H₁ aannemelijk vindt. De standaard (zie hieronder) wordt veel gebruikt; wie een andere prior nodig heeft, moet die in JASP of R instellen. De Bayes-factor vervangt noch de effectgrootte noch het betrouwbaarheidsinterval.

t(38) = 2,51, p = ,016, d = 0,79, 95%-BI [0,15; 1,42], BF₁₀ = 3,4

Voor specialisten

t-toets: JZS-Bayes-factor volgens Rouder et al. (2009), tweezijdig; Cauchy-prior op de effectgrootte δ met schaal r = √2/2 (standaard in JASP en BayesFactor, “middelgroot”). Bij twee groepen wordt de t van Student gebruikt (gelijke varianties), niet die van Welch. De integraal over de mengvariabele g wordt numeriek opgelost (Gauss-Legendre over ln g). Correlatie: Ly, Verhagen en Wagenmakers (2016), uitgerekte bèta-prior op ρ met κ = 1 (uniform, zoals in JASP), exacte dichtheid van r met ₂F₁. Het R-pakket BayesFactor (correlationBF) gebruikt standaard een smallere prior (rscale = 1/3); met rscale = 1 komt het overeen. Gecontroleerd met R: scripts/bayes-erwartet.R.

Verwant

Openen in Statable