Tau-U en baselinegecorrigeerde Tau
Beide indexen gaan uit van Kendalls tau en kunnen rekening houden met een trend in de baseline. Tau-U (Parker e.a. 2011) telt de paren uit A en B waarin B beter is, trekt de slechtere af en deelt door het aantal paren; “min trend A” trekt ook de richting in de tijd binnen A af. De waarde kan daardoor iets buiten −1 tot +1 liggen. Baselinegecorrigeerde Tau (Tarlow 2017) toetst eerst of A een significante trend heeft (Kendall τ, p ≤ ,05). Zo ja, dan wordt de trendlijn van A (Theil-Sen) van alle waarden afgetrokken; daarna wordt τ berekend tussen de gecorrigeerde waarden en de fase. Anders wordt niet gecorrigeerd. De index van Tarlow blijft tussen −1 en +1 en geldt als beter beschermd tegen vals-positieve uitkomsten. Indeling naar Vannest en Ninci (2015): tot ,20 klein, tot ,60 matig, tot ,80 groot, daarboven zeer groot.
Voorbeeld: Tau-U = ,93, p = ,002; Tau-BC = ,59, p = ,002.
Let op: Het verwijderen van de trend veronderstelt dat de baselinetrend zich door B zou hebben voortgezet - bij een lange B-fase is dat een sterke aanname. Met minder dan 3 metingen in A kan geen trend worden getoetst. De p-waarden veronderstellen onafhankelijke metingen.